Accumulatie van warmte is het opslaan van warmte-energie. Dit kan in de vorm van water of een vaste stof. Warmteaccumulerende houtkachels waren vroeger in bijna alle Europese landen een populaire manier om de woning te verwarmen. Ze maakten echter in de loop van de tijd meer en meer plaats voor de convectie warmte. In de Scandinavische landen en het Alpengebied heeft de warmteaccumulerende houtkachel echter nooit aan populariteit ingeboet. Vooral in Oostenrijk en Finland blijft de houtkachel de meest voorkomende manier van verwarmen. Je ziet ze vooral buiten de grote steden, in gebieden waar het verzamelen van hout en het bewaren van houtvoorraden geen problemen oplevert.

Warmteaccumulatie kan energie- en kostenbesparingen opleveren. Omdat deze zaken tegenwoordig hoog in ons vaandel staan, zie je de warmteaccumulerende kachels een comeback maken. Je bespaart er energie mee omdat je de warmte-energie opslaat in je eigen woning. Als je gebruik kunt maken van het goedkopere nachttarief, kun je met warmteaccumulatie geld besparen. Warmteaccumulatie rondom een vuur verhoogt de verbrandingstemperatuur waardoor er een goede rookgaskwaliteit en een hoger verbrandingsrendement wordt behaald. Accumulatie van warmte houdt in dat je een warmte reserve kunt opslaan.

De meest voorkomende vorm van warmteaccumulerende kachels zijn de elektrische accumulerende kachels. Ze zijn echter alleen interessant voor woningen die gebruik kunnen maken van een goedkoper nachttarief. De warmte kan ’s nachts worden opgewekt en overdag worden verbruikt. De goedkoopste kachels werken met stenen die de warmte lang vast kunnen houden. De fraaiere (en duurdere) exemplaren werken met speksteen. Andere kachels die accumulerend werken, zijn de kachels die (voorzien van speksteen) gestookt worden met hout, gas, kolen en stookolie.

In Oostenrijk wordt traditioneel veel gebruik gemaakt van de houtkachels uit kleisteen. Ze zijn met fraaie ceramiektegels afgewerkt en worden daarom ook wel tegelkachels genoemd. Omdat ze traag werken, erg groot moeten zijn en een lange opbouwtijd hebben, zijn ze in Nederland en België nooit populair geworden.