Voor het verwarmen van huizen kan men verschillende soorten brandstof gebruiken.

Er zijn twee grote groepen: Biobrandstoffen en of fossiele brandstoffen.

Biobrandstoffen kunnen ruim omschreven worden als een vaste vloeibare of gasvormige brandstof die bestaat uit of afgeleid is uit biomassa. Biomassa kan direct gebruikt worden als brandstof om te verwarmen of energie te voorzien, deze brandstof is beter gekend als biomassa brandstof. Biobrandstof kan geproduceerd worden uit om het even welke koolstofbron die snel kan worden hervuld, zoals platen. Vele verschillende soorten planten en afgeleide producten van planten kunnen gebruikt worden om biobrandstof te produceren.

De eerste biobrandstof die door mensen werd gebruikt is waarschijnlijk puur en gewoon hout. Onderzoek toonde aan dat vuur werd gebruikt tot 1.5 miljoen jaar geleden in zuid Afrika. Het is echter ongekend welke menselijke soort hout als eerste gebruikte om vuur te maken.

Een andere soort van grote brandstoffen zijn fossiele brandstoffen. Deze zijn waterstofcarbonaten, voornamelijk kolen of petroleum, die gevormd is uit de fossiele overblijfselen van dode planten en dieren door de blootstelling aan de hitte en de druk in de korst van de aarde over de tijd van miljoenen jaren. Al deze brandstoffen kunnen worden gebruikt om een vlam te produceren. Deze vlam kan dan water verwarmen die gebruikt kan worden om water te verwarmen om mee te koken, zich te wassen, of rond het huis te pompen om het te verwarmen. Naast een vlam kan men ook elektriciteit gebruiken. Door middel van een spoel onder stroom te zetten creëert men ook warmte. De elektriciteit die men daarvoor gebruikt kan worden gecreëerd door ook weer fossiele brandstoffen te gebruiken of biobrandstoffen te verbranden.

Daarnaast kunnen ook nucleaire bronnen worden ingezet om de elektriciteit op te wekken die men nodig heeft voor het verwarmen van huizen.