Er zijn vele soorten gashaarden, maar je kunt ze grofweg onderverdelen in open en gesloten verbrandingsystemen. Gashaarden met een open verbrandingsysteem zuigen lucht aan uit de woonruimte. De lucht is nodig voor de verbranding. Ook kan er een buis worden aangelegd die buitenlucht kan aanvoeren. De rookgassen worden via een afvoerkanaal of schoorsteen afgevoerd. De gashaard met een gesloten verbrandingsysteem heeft een dubbelwandig afvoersysteem. De buis voert verse lucht aan. De binnenbuis voert de verbrandingsgassen naar buiten af. Je kunt de buis direct op een buitenmuur of plat dak aansluiten. Voor dit systeem is geen schoorsteen vereist.

De keuze voor een open of gesloten verbrandingsysteem is afhankelijk van je woonsituatie. Als je de haard niet tegen een muur wilt plaatsen, kun je beter kiezen voor het gesloten systeem. Het dubbelwandig afvoersysteem is flexibel te installeren. Het rendement van een gesloten systeem is hoger dan het open systeem. Het open systeem heeft een rendement van hooguit 25 procent, terwijl een gesloten systeem makkelijk 75 procent haalt.

Een gashaard is sfeervol. Je ziet door de speciale gasblokken bijna geen verschil met de gewone open haard. Een gashaard is eenvoudig te bedienen. Met een druk op de knop maak je de kachel aan of weer uit. Er zijn ook gashaarden met afstandbediening. Je hoeft niet eens je stoel uit te komen. Je hoeft ook niet te sjouwen met de houtvoorraad en de gaskachel maakt ook geen rommel zoals de open haard dat wel doet.

Een gaskachel is veiliger dan de open haard, maar moet wel voldoen aan de richtlijnen van de Europese Unie. Daarom moet de haard voorzien zijn van een CE-label. Moderne gashaarden zijn voorzien van een thermische terugstroombeveiliging. Deze sluit automatisch als de luchttoevoer te weinig is of laat afweten.