Omdat steenkool, vooral antraciet, een hogere ontstekingstemperatuur heeft dan hout duurt het langer tot het vuur goed brandt. Daarom moet een kolenkachel eerst met hout worden aangemaakt. Nog beter zou zijn dat je ook krantenpapier gebruikt bij het maken van vuur. Je moet het deurtje bij de rooster openen en dan het papier aansteken. Vervolgens moet je het deurtje sluiten maar de luchttoevoeropening helemaal open zetten. Ook de regelklep- of schuif in de afvoer moet je openen. Wanneer het hout brandt kan je de kolen toevoegen. Even later zullen de kolen gaan ‘poffen’, d.w.z. in de kool veroorzaken de gassen minuscule ontploffingen. Indien de kolen ook branden, moet je opnieuw kolen toevoegen en daarna de luchttoevoer verlagen. Dit moet je niet in één keer doen maar geleidelijk aan. Brandbare vluchtige stoffen en koolmonoxide, samen brandbare gassen, mogen nooit in de verbrandingsgassen aanwezig zijn, daardoor gaat een groot deel van de warmte verloren.

Brandbare gassen kan je op twee manieren voorkomen:

  1. Het vuur niet hoger maken dan de plaats waar de zuurstof in de gassen nog juist voldoende is om de brandstoffen die al gevormd zijn te verbranden.
  2. Toevoegen van secundaire lucht boven een te dik vuur: onder warme ontwikkeling kunnen de brandbare gassen die zich boven het vuur bevinden dan worden verbrand.

Is het dan beter om de kolen zo dun mogelijk te stoken? Nee, er wordt bij de verbranding zo veel mogelijk lucht toegevoerd en brandbare gassen kunnen nooit ontstaan door teveel lucht. Dit wil niet zeggen dat je heel veel lucht moet toevoeren, want dat is ook niet goed. Indien je dat wel doet, wordt er een groot deel van de lucht niet gebruikt voor de verbranding. De grote van de kolen speelt ook een rol. Hoe groter de kolen zijn, hoe dikker het vuur moet worden gestookt.