Om water te verwarmen kun je onderscheid maken tussen een geiser en boiler. Beide toestellen kunnen individueel werken of worden aangesloten aan de centrale verwarming. Een boiler kan ook worden gekoppeld aan zonnepanelen. Een geiser werkt op gas. De boiler werkt op elektriciteit.

De meeste huishoudens maken gebruik van de elektrische boiler. Er zijn kleine en grote boilers. De kleine boiler heeft een capaciteit van 10 tot 15 liter. Deze boiler wordt vlakbij het aftappunt voor warm water geplaatst, bijvoorbeeld onder de gootsteen. De grote boilers hebben een capaciteit van 100 tot 300 liter. Deze kunnen het hele huis van warm water voorzien, ook de badkamer. De kleine modellen zijn eenvoudig te monteren. Er hoeven geen leidingen aangelegd worden, zoals dat bij een gasgeiser het geval is.

De boiler heeft opslagruimte. Hier wordt het water op temperatuur gehouden. Het voordeel daarvan is dat het water direct uit de opslagplaats kan worden afgetapt. Het nadeel is dat de voorraad beperkt is. Als de voorraad op is, duurt het even voordat de nieuwe voorraad weer opgewarmd is. Bij de ene boiler lukt dat in een kwartiertje, maar bij andere kan het uren duren voordat het water weer op temperatuur is. Het is daarom goed te weten hoeveel je waterverbruik is. Daar kun je de grootte van de elektrische boiler op aanpassen. Gemiddeld is er voor een woning met douche een boiler nodig van 100 liter. Een woning met bad heeft een boiler met een capaciteit van 130 liter nodig. Zijn er twee baden in de woning aanwezig, kies dan voor een boiler met een capaciteit van 160 liter.

Elektrische boilers verbruiken veel stroom. Je kunt kiezen voor een zonneboiler. Als deze kan worden aangesloten op een nachttarief, kan dat veel geld besparen. De zonneboiler is groot en zwaar. Een zonneboiler met een capaciteit van 300 liter weegt ongeveer 360 kilo. De vloer op de zolderverdieping moet dit gewicht wel kunnen dragen.