Warmte die in de ketel geproduceerd wordt moet getransporteerd worden naar de kamers die verwarmd moeten worden . Men moet dus best voorkomen om warmteverlies te hebben onderweg, want al wat onderweg verloren gaat, bent u kwijt. Men kan dit dus op verschillende manier goed aanpakken. Wat men dus aanraad is om alle buizen in kelders, kruipkelders of onverwarmde plaatsen te isoleren. Logisch gezien is dat niet nodig in de plaatsen waar verwarmd moet worden: omdat het niet veel uitmaakt waaruit warmte komt, uit een radiator of een buis. Desnoods zet u de radiator een beetje lager.

Maar zoals ook in onze pagina van isolatie besproken is, wordt het aangeraden de buizen zowel bij de aanvoer- als retourleidingen te isoleren.

Het beste en snelste manier is met voorgevormde isolatie te werken. Er bestaan ronde isolaties om rond te buizen heen te klikken en krijgt men dus een volledige ingekapseld buis.

Enkele centimeters isolatiedikte geven al een zeer goed resultaat. 10 centimeter is het maximum dat volledige isolatie beidt. Heel belangrijk is dat de stukken uit elkaar zitten en aansluiten, anders heeft men plaatsen waar er toch warmte kan ontsnappen. Sommige soorten stoffen moeten na een jaar vervangen worden omdat ze door de warmte kunnen krimpen bv. zoals kunststoffen. Maar bij glaswol of minerale wol hoef je dat niet omdat het op zijn plaatst altijd blijft.

Bij het isoleren van de leiding begint men best dicht bij de ketel, omdat daar de meeste warmte verloren gaat. Bij de isolatie moet het einde ook goed afgesloten worden, zodat er geen lucht circuleert tussen de isolatie en de buis.