Stadsverwarming bestaat uit warmtedistributie via een verwarmingssysteem, waarbij woningen voor een groot deel van een stad via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen worden verwarmd. De warmtedistributie maakt gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales, aardwarmte en afvalverbranders. Met het oog op het milieu zijn er ook nieuwe ontwikkelingen om de warmte te halen uit biomassa, warmtepompen en zonnecollectoren.

Het voordeel van stadsverwarming zit hem in de grote warmtebron die de energie verspreidt, in plaats van vele CV ketels. Dit maakt stadsverwarming energiezuinig, milieuvriendelijk, onderhoudsvrij en duurzaam. Bewoners kunnen bij defecten of problemen met de stadsverwarming direct bij een meldpunt terecht. Het nadeel van stadsverwarming is dat een collectief systeem niet zomaar is om te zetten naar een individueel systeem. Je kunt het systeem daarmee ook niet of niet gemakkelijk omzetten naar individuele behoeften of wensen. De prijs van stadsverwarming wordt bepaald door de warmtemeter die in ieder huis is geplaatst.

De delen van de stad die zijn aangesloten op stadsverwarming, zijn vaak niet aangesloten op het aardgasnet omdat zij geen gasaansluiting nodig hebben. De warmtewisselaar regelt het warme water en de centrale verwarming. Hierdoor zijn CV ketels, boilers of geisers niet nodig. Er zijn op dit moment verschillende types stadsverwarming. Het verschil zit in de tapwater warmtewisselaars die een capaciteit van 6 liter en 8 liter per minuut hebben. De laatste ontwikkeling is de klokthermostaat stadsverwarming warmtewisselaar. Deze zorgt voor meer gemak, luxe en een betere benutting van het warme water.